Warning: getimagesize(http://debatcentrumsphinx.nl/wordpress/wp-content/uploads/2016/07/Logo.gif): failed to open stream: Connection timed out in /home/debatcentrumsphinx.nl/public_html/debatcentrumsphinx.nl/wordpress/wp-content/themes/bridge/title.php on line 85

Man & Stad

Man & Stad

09 oktober 2011, 13:30 - 16:00

Locatie Centre Ceramique


Aankondiging: Burgers in gesprek met de burgemeester

In November is Onno Hoes precies een jaar burgemeester van Maastricht. Tijd om de balans op te maken. Wat vindt Maastricht van Onno Hoes? En wat vindt Hoes van Maastricht? Hoe goed kennen we elkaar?

Daarom gaat de burgemeester op zondag 9 oktober om 13.30 uur in het Centre Céramique in gesprek met de burgers van Maastricht (toegang gratis). Op de agenda staan brandende vragen die mensen zélf hebben aangedragen. Kwesties die ertoe doen. Drie thema’s staan centraal: ‘kind’ (wat wil Hoes de stad nalaten?), ‘onze vader’ (burgervader/verbinder) en ‘vreemd en eigen’ (hoe open is de stad? En hoe gaat ze om met diversiteit & emancipatie). Felix Meurders leidt het gesprek.

Wil je iets vragen aan Onno Hoes over kind, vader, vreemdeling? Dat kan!
Vragen aan de burgemeester kunnen tot en met vrijdag 30 september worden ingezonden via: info@sphinxmaastricht.nl, twitter.com/#!/mstrchtsphinx en facebook.com/sphinxmaastricht

Sphinx is een nieuw, creatief platform voor debat, verbinding & verbeelding. Dé plaats in Maastricht waar burgers uit alle hoeken van stad en omgeving met elkaar en met deskundigen van gedachten wisselen, luisteren, debatteren en werken aan kwesties die ertoe doen op manieren die verschil maken. Sphinx organiseerd terugkerende formats die worden ingekleurd met wisselende thema’s en onderwerpen.

Verslag

Door: Inge Römgens

Een burgerraadpleging
Onno Hoes zit precies een jaar op zijn post als burgemeester van Maastricht: tijd om de balans op te maken. Sphinx Maastricht zag hierin aanleiding om onder de Maastrichtse bevolking te polsen wat men vindt van de nieuwe burgervader. Het Sphinxteam ging de straat op en verzamelde de nodige vragen en meningen over Onno Hoes. De vragen konden ruwweg worden ingedeeld in drie hoofdthema’s: over zijn rol als burgervader en bestuurder van de stad, over zijn toekomstvisie op de stad en de ruimte voor jongeren en over de ‘openheid’ van de stad voor mensen die ‘anders’ zijn. Sphinx noemde de thema’s: ‘Onze Vader’, ‘Kind’ en ‘Vreemd en Eigen’. Op een regenachtige zondagmiddag voelde Felix Meurders Hoes aan de tand, gevoed met de vragen uit de burgerraadpleging. Getuige waren ruim 250 gasten die de hal van het Centre Céramique bevolkten. Het publiek maakte kennis met een open, toegankelijke en humoristische burgemeester. Het kader was duidelijk: “we zijn hier niet om de burgemeester ter verantwoording te roepen. We zijn hier om elkaar beter te begrijpen” aldus Meurders.

“We zijn hier niet om de burgemeester ter verantwoording te roepen. We zijn hier om elkaar beter te begrijpen”

Onze Vader
Meurders opent het gesprek met een anekdote over de oude leraar Nederlands van Onno Hoes. Een leraar die hem geïnspireerd heeft om de politiek in te gaan. Hoes komt uit een liberale, eigenzinnige familie, dus politiek zat ook al in zijn bloed. De lichte toon van het gesprek is gezet.

Hoes legt uit hoe hij zijn rol als burgemeester ziet: als een belangrijke verbindende en coördinerende functie. “Mensen verwachten dat een burgemeester over alles gaat, overal van op de hoogte is en overal aanwezig is.” Hoes vindt dat een burgemeester vooral moet zorgen voor politieke stabiliteit. Hij is als zodanig een belangrijk radertje in het democratische systeem. “Je kunt niet altijd en overal aanwezig zijn,” zo verklaart hij bijvoorbeeld zijn afwezigheid op Bruis, “er is ook tijd nodig voor reflectie.” Niettemin is het essentieel dat de burgemeester goed op de hoogte is van wat er speelt. Zijn eerste jaar heeft Hoes dan ook vooral gebruikt om zich te informeren en te oriënteren. Hij vertrouwt daarin op het team om hem heen: zijn veiligheidsmensen, de raad, de wethouders. Dat dit de schijn van een gebrek aan betrokkenheid kan opwekken, daar is hij zich van bewust. Echter, een gedegen oriëntatie kost tijd. Tijd die Hoes graag wil nemen. Hij hoeft immers “niet binnen een jaar de populaire burgemeester te zijn (die vervolgens ook even snel alweer op de stad is uitgekeken)”. Nee, Hoes is van plan om tot zijn 70ste te blijven. En dat is tevens zijn antwoord op de vraag hoe hij wil worden gezien ten opzichte van zijn voorganger: niet iemand die al na een paar jaar weer op zoek is naar een nieuwe baan, maar iemand die blijft omdat hij van de stad en haar dynamiek houdt.

Zich goed informeren over wat er speelt vindt Hoes dus erg belangrijk. En hoewel hij het afgelopen jaar veel op de achtergrond heeft geopereerd, is hij ook de wijken ingetrokken. Zo geeft hij het voorbeeld van zijn recente bezoek aan een Islamitische school in Pottenberg, en van het feit dat hij sinds het begin van zijn termijn geen enkele thuiswedstrijd van MVV heeft overgeslagen“En elke keer dat ik er was, hebben ze gewonnen!”

Wanneer een aantal concrete problematieken aan de orde komt, wordt duidelijk dat Hoes veel waarde hecht aan het voeren van een open dialoog. “Serieuze problemen moeten worden gehoord en aangepakt.” Of het nu gaat om studenten die overlast veroorzaken, over smerige stoepjes en bushaltes (“de haltes op lijn 1 en 6 in De Heeg behoeven ernstig aandacht!” aldus een mevrouw uit het publiek) of over hangjongeren en zwervers. Een mevrouw uit het publiek vraagt door op het beleid met betrekking tot hangjongeren: “Waar kunnen zij nog wel terecht, als ze overal maar worden weggejaagd?” Opnieuw benadrukt Hoes het belang van de dialoog: wat voor plek hebben de jongeren zelf voor ogen? Wat zijn hun eigen wensen? “U bent gewoon ook van het kopje thee!” zegt Meuders. “Nou nee, doe mij maar een biertje” antwoordt Hoes.

“Waar kunnen zij nog wel terecht, als ze overal maar worden weggejaagd?”

Hoes geeft toe dat het soms lastig is om zo problemen snel op te lossen. De snelheid waarmee mensen problemen signaleren verschilt nogal van het tempo waarin zaken vanuit bestuurlijk niveau kunnen worden opgelost. En dat veroorzaakt spanning. Hoes benadrukt daarin ook de eigen verantwoordelijkheid van de bevolking: “het is ook wel typisch Maastrichts om alles te willen reguleren. Je kunt niet alles reguleren. Mensen moeten ook hun eigen stoep schoonvegen!” Daarbij is Hoes natuurlijk ook gebonden aan de politieke keuzes die er worden gemaakt. Bepaalde beleidslijnen worden uitgezet, waarbij de burgemeester vertrouwt op de expertise van het college en de adviseurs om hem heen. Zo verwijst hij bijvoorbeeld naar de investeringen in VIA2018, de infrastructuur van de stad en de ondertunneling van de A2. Wanneer er vanuit het publiek nog eens nadrukkelijk wordt gevraagd hoe het nu zit met het gezondheidsrisico bij de uiteinden van de tunnel, geeft Hoes aan dat hij vertrouwt op het oordeel van de wethouder en zijn onderzoeksteam: “Ik heb de wethouder gemaand tot een extra goede check, meer kan ik niet doen.”

Kind
In de burgerraadpleging heeft het Sphinxteam ook aan kinderen gevraagd wat ze willen weten van de burgemeester. Een aantal van deze kinderen is aanwezig en Hoes gaat ook met hen in gesprek. Over voetbal, over wat een burgemeester zoal doet ‘als hij niet op kantoor zit’ en over kleding. Helaas zijn hippe shirts en rode All Stars er niet bij. “Mensen verwachten nu eenmaal dat een burgemeester altijd netjes gekleed gaat, daarom let ik daar bewust op.” De 10-jarige Maartje wil weten wat de rechten van een kind in Maastricht zijn. Moeten kinderen niet kunnen meebeslissen over wat er gebeurt in de stad? Zo hebben volwassenen bijvoorbeeld bepaald wat voor speeltoestellen er bij haar in de straat kwamen. Dat is wel een beetje raar! Hoes is het met Maartje eens. Kinderen moeten kunnen meebeslissen wanneer het gaat over dingen die belangrijk voor hen zijn, zoals speeltoestellen.

Hierop neemt Meurders het gesprek weer over en vraagt naar Hoes’ toekomstvisie op jeugd- en jongerenbeleid: welke ideeën zijn er om de stad aantrekkelijk te maken voor jongeren? Allereerst benadrukt Hoes dat verjonging essentieel is voor de ontwikkeling van de stad. “Om de krimp buiten de deur te houden moeten we zorgen dat we blijven groeien, en jongeren zijn daarin van groot belang.” Hij wijst bijvoorbeeld op de veroudering van vrijwel alle organisaties in de stad en legt uit dat de gemeente hier met een buddyproject iets aan wil doen: jongeren moeten kunnen meelopen bij de organisatie van grote projecten en evenementen van de ‘traditionele’ verenigingen.

Maastricht is een ambitieuze stad met internationale allure en wil graag jongeren en studenten aantrekken en binden. Echter, er valt op dit punt nog een hoop te verbeteren. Zo is Maastricht nog steeds niet aangesloten op het NS nachtnet (zeer storend vindt Hoes) en zijn de verbindingen met de omliggende Euregio (Aken, Luik) onvoldoende. “Er zijn wel connecties, maar we doen er nog te weinig mee”. Zulke zaken zijn cruciaal voor de ontwikkeling van de stad in de komende jaren. Evenals taal, overigens: kinderen, vindt de burgemeester, moeten zoveel mogelijk meertalig worden opgevoed. En op dit punt krijgt de burgemeester bijval uit het publiek.

Een stad met een internationaal karakter, dus, die graag (inter)nationale jongeren aantrekt. Opvallend is echter, zo merkt een mevrouw uit het publiek op, dat er nauwelijks interactie is tussen de verschillende groepen jongeren: de (inter)nationale studenten bezoeken heel andere plaatsen in de stad dan de lokale jeugd. Bovendien wordt er voor de studenten veel gedaan, maar hoe zit het met de ‘eigen’ jongeren? Hoes herkent deze observatie, vindt dit gebrek aan interactie “ontzettend jammer” en vindt dat daar iets aan moet worden gedaan. Maar hoe? Ook hier benadrukt hij het belang van een dialoog. Er zijn pogingen ondernomen om de jongeren zelf te laten aangeven wat ze willen. “Maar vaak blijft het dan akelig stil van hun kant”. Hoes heeft wel nog wel een goed berichten voor de jeugd: de openingstijden van cafés worden aangepast (“en de jeugd zal er blij mee zijn”).

Vreemd en Eigen
‘Hoe ‘open’ en tolerant is Maastricht voor mensen die niet hier zijn geboren en getogen?’ is de vraag die onder dit kopje centraal staat. Hoes, immers zelf van elders, ondervindt dit aan den lijve. “Voelt u zich thuis in Maastricht?” vraagt Meurders. “Ik voel mij hier heel erg thuis” geeft Hoes aan, “maar de vraag is natuurlijk of mensen altijd even eerlijk zijn. Ik ben tenslotte de burgemeester. Mensen die vinden dat de burgemeester ‘iemand van hier’ moet zijn, spreken mij daar in elk geval nooit rechtstreeks op aan.” Ook Hoes’ geaardheid wordt even besproken. “Steden waar veel homo’s zijn, zijn vaak leuke, creatieve steden. Kijk naar San Francisco”  zegt Meurders. Hoes antwoordt gevat: “Maar Maastricht was al leuk voordat wij hier kwamen!” En op de vraag wie van het echtpaar de meeste aandacht krijgt, is het antwoord helder en geestig: “Ik. Albert is hier gewoon de ‘partner van’. Dat zie je ook: hij loopt altijd een meter achter mij”.

“Ik. Albert is hier gewoon de ‘partner van’. Dat zie je ook: hij loopt altijd een meter achter mij”

Al met al heeft Hoes dus het gevoel dat hij prima overweg kan met de ‘sjengen’. “Maar ze klagen wel veel, hè” daagt Meurders hem uit. Ook daar heeft Hoes een duidelijk antwoord op: “met alleen klagen bereik je niets. Daarom daag ik mensen uit om mee te denken en zelf oplossingen aan te dragen.” Hij voegt gelijk de daad bij het woord wanneer een ‘oud-Maastrichtenaar’ zijn beklag doet over het feit dat hij zich niet meer thuisvoelt in Maastricht “de stad is onbereikbaar geworden door alle toeristen. Parkeren is onbetaalbaar. Er wordt niet gevraagd wat de Maastrichtenaar ervan vindt. Wij hebben immers niet gevraagd om al die winkels!” Hoes nodigt de man uit om mee te discussiëren en oplossingen aan te dragen. Het is duidelijk dat hier een spanningsveld ligt. Een oudere mevrouw wijst op de afwezigheid van bankjes in en rond de binnenstad. Een derde haalt het probleem van de kinderkopjes aan. Prachtig voor de toeristen, maar vooral de oudere, minder valide inwoner breekt zijn nek! Hoes onderkent dit probleem en benadrukt het belang om de stad ook voor de ouderen toegankelijk en aantrekkelijk te houden. “Maastricht is een stadse stad met alle problemen van dien. We moeten een goede balans zien te vinden van enerzijds traditie en anderzijds vooruitstrevendheid en vernieuwing. Steden waarin dit soort kwesties niet voorkomen, bestaan niet!” Vooralsnog lukt dat in Maastricht prima, vindt Hoes. Ondertussen benadrukt hij vooral het belang van tolerantie en verdraagzaamheid. Het klinkt allemaal mooi en veelbelovend deze plannen, “maar,” vraagt een kritische toehoorder zich af, “hoe weten we nu dat de plannen die u aankondigt niet net zo eindigen als de belofte van Leers dat er een natuurijsbaan in de stad zou komen [die er nooit kwam]?” Hoes antwoordt opnieuw gevat:“Ik zie dat jullie alles goed hebben bijgehouden, dus laten we er over een jaar op terugkomen.” Dat is dan bij deze afgesproken!

Media