
Fotoverslag drukbezocht debat grensoverschrijdende criminaliteit
28 november, 2025Fotoverslag zorg over jeugdzorg
11 februari, 2026Ons debat over Jeugdzorg dat we 28 januari organiseerden samen met de Onafhankelijke Adviesraad Maastricht ging over de zorgen die veel mensen hebben over de Jeugdzorg. En over het ongemakkelijke besef dat de systemen ons soms tegenwerken in plaats van helpen. Lange wachtlijsten. Ontelbaar veel hulpverleners per waarmee het lang niet allemaal klikt. Meerdere gezinsleden in een ander traject. Jongeren die uit de Jeugdzorg moeten omdat ze 18 zijn en daarna weer opnieuw op een wachtlijst komen. We kennen de verhalen allemaal. Sommige verhalen kenden we zelfs al uit eerdere debatten over armoede en over de gezondheidskloof. Maar wat kunnen we doen?

Levi van Dam trapt af met cijfers. 1 op de 7 jongeren heeft te maken met Jeugdzorg. Dat zijn meer jongeren dan ooit. Maar dat komt niet (alleen) doordat het zo veel slechter gaat met de jeugd. “Jongeren verwoorden steeds beter dat ze klachten ervaren.” Jeugdzorg is niet altijd de goede plek om jongeren te helpen. Er zou nog heel veel aan vooraf moeten en kunnen gaan voordat Jeugdzorg eventueel in beeld komt. “Ik pleit voor mentale opvoeding op school.” Jongeren hebben mentale uitdagingen en willen daarover praten. Maar niet altijd één op één in een klein kamertje met een hulpverlener. Wel op andere plekken en in andere vormen. Ook online zijn er opties, maar op dat gebied lopen we volgens Levi hopeloos achter. “We kennen allemaal momenten waarop mentale gezondheid onder druk staat. Eén op de twee mensen krijgt voor zijn 75e te maken met een mentale stoornis.” Levi denkt dat we naast een fysieke sportschool ook een mentale sportschool nodig hebben en laat een filmpje zien over de ‘mentale wasstraat’. Zelfzorg is belangrijk. Vroeger poetsten we onze tanden niet omdat er geen tandenborstels waren. We flosten alleen maar wat. Nu is tandenpoetsen voor iedereen vanzelfsprekend en hebben we een mentale tandenborstel nodig. “Maar in plaats daarvan schrijven we steeds meer medicatie voor. Van één op dertien naar één op vier jongeren krijgt medicatie voor mentale klachten.”

Naomi Koning benadrukt dat veerkracht vooral groeit via sociale steun en natuurlijke mentoren: een oom, een buurvrouw, iemand op de sportschool. Net als Levi pleit ze voor minder medicaliseren en meer menselijk contact. Met Garage 2020 wil ze de vraag naar Jeugdzorg overbodig maken. “Ik weet dat dat een grote doelstelling is.” Het sociale netwerk van een jongere is heel belangrijk en kan een grote rol spelen waardoor Jeugdzorg overbodig wordt. En voor de jongeren die echt maar een hele kleine sociale kring hebben en daardoor geen natuurlijke mentor, moet die steun er via de overheid zijn.” Naomi deed onderzoek naar de invloed van het eerste jaar van de coronapandemie op het welzijn van jongeren tussen zestien en vijfentwintig jaar en vond dat het eerste jaar nauwelijks effect had. Dat strookt niet met het beeld dat we hebben.

Hubert Mackus schetst vervolgens de spanning bij gemeenten. Er is veel betrokkenheid en goede wil binnen gemeente Maastricht, maar ook complexiteit door regelgeving en tegengestelde belangen. De AVG (Algemene verordening gegevensbescherming) maakt het moeilijk om dossiers te delen en zorgt ervoor dat mensen telkens opnieuw hun verhaal moeten vertellen. Veranderen kan, maar vraagt tijd en ruimte om buiten vaste patronen te denken. “Ik laat me graag oppakken door de AVG-politie.” De wethouder had ook een persoonlijk voorbeeld van waar de spanning zit en hoe de systemen werken. “Toen ik hulp vroeg voor mijn zoon met dyslectie, antwoordde een hulpverlener dat ik mijn vraag op een andere manier moest stellen om de zorg vergoed te krijgen.”

Hélène Leenders onderstreept het belang van aandacht en echt naar de jongeren luisteren. Niet over maar met jongeren praten. Net als Levi mist ze de versterkende rol van scholen en klassen. “Kinderen en jongeren die niet lekker in hun vel zitten hoeven niet allemaal individueel geholpen worden. Een goed kringgesprek in de klas kan al enorm helpen.”

Sanne Eggen vindt dat we met zijn allen vooral veel praten over het hoe en wat van de Jeugdzorg, maar dat we vaak missen waarom. Ze bracht misschien wel de lastigste boodschap van de avond. Hulpverleners kunnen vaak niet verdragen dat dingen zijn zoals ze zijn. D“We kunnen niet op onze handen zitten, terwijl dat wel soms zou moeten. Er zijn geen snelle oplossingen.” Net als de eerdere sprekers onderstreept ze het belang van nabijheid en aandacht. Daarnaast richt ze zich ook op de taal van hulpverleners. “Er zit veel in taal. We stellen vaak niet de juiste vraag. Vraag aan een jongere of hij mentale steun van iemand heeft en hij zegt nee. Als hulpverlener schrijven we dan op dat de jongere niemand heeft. Maar vraag aan diezelfde jongere wie hij belt als zijn pinpas stuk is en er blijkt wel iemand te zijn.”

Richard Lavalle vertelt over zijn ervaringen met Jeugdzorg, waar zijn twee zoons met vormen van autisme allebei mee te maken hadden. “Een van mijn zoons heeft 78 hulpverleners gehad. Hij ging telkens een stap vooruit en weer twee stappen achteruit. Het verloop onder hulpverleners is heel groot. En er was een hele tijd waarin hulpverleners na twee tijdelijke contracten weg moesten bij een organisatie, omdat ze anders een vast contract moesten krijgen. Hulpverleners mogen gegevens niet aan elkaar doorsturen vanwege de AVG. Dat heb ik weten te omzeilen door hulpverleners alles naar mij te laten sturen en dan stuurde ik het weer door. Mij konden ze niet pakken. In plaats van 1 Plan 1 Gezin, wat het beleid zou moeten zijn, hadden wij 3 Plannen 1 gezin. Dat werkte niet.”

Chendo Habets vertelt ook over zijn ervaringen met Jeugdzorg, waar hij tot een paar jaar geleden mee te maken had. Hij spreekt zijn teleurstelling uit dat er niemand aan tafel zit die op dit moment met Jeugdzorg te maken heeft en vindt dat een gemiste kans. “We willen toch weten wat zij vinden?!” Chendo is blij dat hij een label kreeg, waar eerdere sprekers sceptisch zijn over de labels waar met name ouders om vragen. “Ik vind het fijn om een label te hebben. Met een label kunnen ouders ook over dat label geen lezen en zich erin verdiepen. Dat helpt enorm in de band tussen jongere en ouders. En een label is zeker geen grens. Met autisme kun je ook doen wat anderen doen. Ik ben nu HBO student journalistiek waar ik vroeger te horen kreeg dat ik niet verder zou komen dan de mavo.”

De afsluiter van Emmalisa Verstappen, zelf ervaringsdeskundige in de Jeugdzorg, brengt alles samen met een spoken word wrap up van de avond. Ze heeft het over mogen oefenen, mogen twijfelen, en jong mogen zijn zonder voortdurend gerepareerd te worden. Ze benoemt de frustratie van 18 worden en dan uit de Jeugdzorg moeten en ze sluit af met een verwijzing naar mentale flosdraad.

Onder leiding van Lennart Booij werden nog veel meer aspecten van Jeugdzorg en de vastlopende of tegenwerkende systemen besproken. Te veel om allemaal op te noemen. Onder andere preventief inzetten van sport en cultuur. Het probleem dat de huisarts nu vaak de poortwachter is, maar hij of zij een medicus is, geen gedragsdeskundige of psycholoog. De enorme administratieve regels waaraan hulpverleners moeten voldoen. En dat jongeren veel te vroeg een keuze moeten maken voor een profiel of een beroep.
De foto’s bij dit verslag zijn van onze huisfotograaf Paul van der Veer.
