
Hoe weerbaar zijn we? Samen komen we een heel eind
27 juni, 2025
Fotoverslag drukbezocht debat grensoverschrijdende criminaliteit
28 november, 2025Ons verkiezingsdebat op 24 september 2025 was een bijzonder debat: geen politici aan tafel, maar mensen die zich inzetten voor hun buurt en daarvoor (deels) afhankelijk zijn van de gemeente en de politiek. Ambtenaren, raadsleden, burgemeester Wim Hillenaar en wethouder Frans Bastiaens zaten in het publiek en mochten reageren, maar zij speelden deze keer niet de hoofdrol.
Gespreksleider Lennart Booij: “De lokale verkiezingen zijn in maart. Dat betekent dat de verkiezingsprogramma’s nu worden geschreven. Een aantal commissies boog zich de afgelopen tijd over burgerparticipatie en daar kwam uit dat het daar niet zo goed mee gaat. Er is ook veelvuldig onderzocht waarom mensen afhaken en blijkbaar zeggen steeds meer Nederlanders ‘doe mij maar een sterke leider’. In Maastricht is die roep er gelukkig nog niet. Maar het zijn bijzondere tijden.”
Na deze inleiding is het tijd voor de eerste ronde betrokken burgers die hun verhaal vertellen aan tafel.
L’Okapi
L’Okapi, gevestigd in de Banka Studio’s, versterkt de kracht van zelfexpressie en onderzoekt hoe (muzikale) creativiteit mentaal welzijn helpt te verbeteren. “We zetten ons in voor mensen die zijn vastgelopen, of zich eenzaam voelen”, vertelt Charlotte Haesen. “In Limburg gaat het niet goed met het mentale welzijn. Jongeren hebben behoefte aan plekken zoals de onze. In de eerste zes maanden dat we open waren, bereikten we al al meer dan 1000 jongvolwassenen. Ik ging praten bij de gemeente en kreeg veel enthousiasme en steun. We werden gekoppeld aan allerlei partijen en er ontstonden leuke samenwerkingen. Maar het heeft acht maanden geduurd voordat we geld kregen voor een project, dat vond ik erg lang. En achteraf gezien kwam het geld waarschijnlijk uit het verkeerde potje, namelijk het cultuurpotje. We begonnen heel erg vanuit muziek, maar zitten ondertussen veel meer op welzijn. We willen eigenlijk financiering aanvragen voor volgend jaar en hadden dat misschien al lang moeten doen. Maar we weten niet goed waar we moeten zijn. Als burgerinitiatief zitten we in een grensgebied. Een beetje cultuur en veel welzijn. We willen in onze aanvragen geen fouten maken. Maar het is moeilijk om met meerdere domeinen aan tafel te gaan als je eenmaal in het hokje cultuur bent geplaatst. Het zou ons helpen als subsidiegelden uit verschillende domeinen in een gezamenlijke pot zouden zitten.”
Duurzaam Biesland en hotelbeleid
Frits Hoff, adviseur duurzaamheid en energiebesparing, vertelt daarna over zijn ervaringen met de gemeente. “Drie jaar geleden ging ik naar de gemeente met mijn goed uitgewerkte plan voor het opslaan van energie in de zomer om de energie te gebruiken in de winter in mijn wijk Biesland. Bij de gemeente kreeg ik het antwoord dat ze daar helemaal niet mee bezig waren en dat ze zich verdiepten in aansluiting op het warmtenet vanuit Chemelot. Terwijl ook drie jaar geleden al duidelijk was dat warmtenetten duur en onbetrouwbaar zijn. Toch stak de gemeente tijd en geld in het inhuren van externe adviesbureaus voor het schrijven van adviesrapporten. Waar dan altijd van die standaardadviezen in staan.”
Later in de avond brengt Frits het gesprek op het alom bekritiseerde hotelbeleid van de gemeente, wat veel verontwaardigde bijval uit het publiek krijgt. “De stad krijgt steeds meer hotels die steeds meer mogen en daar lijken burgers totaal geen inbreng in te hebben. Hotels mogen groter, hoger en luxer en de gemeente wringt zich in allerlei bochten om de hoteliers en projectontwikkelaars hun oppervlakte te gunnen.”

Buurtnetwerk Wyckerpoort
Als derde is het woord aan Barbara Schmeits van Buurtnetwerk Wyckerpoort over haar goede en minder goede ervaringen met de gemeente. “We hebben een huiskamer waar mensen soms mondjesmaat, soms massaal binnenkomen en praten over zaken die er spelen. We kennen de temperatuur van de buurt. Die buurt heeft heel veel last van verkeer, vooral op de Groene Loper. Er wordt nu gewerkt aan het verbeteren van de infrastructuur en de Groene Loper wordt een ‘flaneerpad’. De gemeente heeft naar ons geluisterd en we hebben op dit gebied een prettige samenwerking. Maar over heel veel andere ontwikkelingen in de wijk is er geen communicatie en transparantie van de gemeente. Dan moeten we in de krant lezen hoe veel woningen ergens worden gebouwd en hoe hoog die worden. Daar schrikken wij als bewoners dan van. Ook de projecten rondom het station hebben direct invloed op onze wijk, maar daar worden we niet bij betrokken.”
De Groene Poort Oost
Ook Elzien Lochs, voorzitter van buurtpark De Groene Poort Oost heeft wisselende ervaringen met de gemeente. “Op het terrein van de oude voetbalclub dat al heel lang braak lag, ligt nu een mooi buurtpark. Het park ligt precies tussen de wijken Heer en Scharn en veel mensen vonden jaren geleden al dat het een goede plek zou om elkaar te ontmoeten. Het duurde lang voor de eerste boom werd geplant, maar het is gelukt. We hebben de grond in erfpacht van de gemeente. De gemeente was altijd welwillend, maar het was niet gemakkelijk om de juiste persoon op het juiste moment te spreken. Gelukkig hebben we een aantal vrijwilligers die goed weten hoe het bij de gemeente werkt. Maar ondanks die kennis liepen we toch tegen problemen aan. We hadden met verschillende afdelingen te maken en het kostte veel tijd voordat die afdelingen met elkaar dingen regelden. Dat verbaasde me. We mochten een keer aanschuiven bij de gemeente als succesvol voorbeeld van burgerinitiatief en -participatie. De gemeente wilde van ons leren en dat was natuurlijk heel positief. Maar tijdens het gesprek trok ik conclusie dat burgers en ambtenaren een andere taal spreken. Toen ik het verslag teruglas, dacht ik ‘huh, heb ik dat zo gezegd?’ Ook geven we niet precies dezelfde betekenis aan bepaalde woorden, zoals burgerparticipatie.”

De participatie-experts
Na deze eerste ronde was het tijd voor mensen die van burgerparticipatie hun vak of onderzoeksgebied hebben gemaakt.
“Wat in Maastricht speelt, speelt in heel veel plekken in het land”, vertelt Thijs van Mierlo, participatie-expert en coördinator Lokale Democratie Coalitie. “Met name dat stuk van inspraak. Het is belangrijk om te weten in welke fase van welke ontwikkeling je burgers betrekt. In Aarhus, Denemarken, spreekt de gemeente al in de vroegste fase van een project met burgers. Als er nog niets vastligt. En het is goed om al heel vroeg met allerlei partijen te praten, want dan kom je erachter of er nog een lege plek is aan tafel, wie er mist en of er kennis ontbreekt. Participatie is geen project maar een voortdurend proces. Dus er moet regelmatig een dialoog zijn tussen stad en inwoners. We kennen allemaal de uitspraak dat verkiezingen het feest van de democratie zijn. Daar ben ik het niet helemaal mee eens. De jongere die de wethouder een brief schrijft dat hij heel graag een skatepark in zijn buurt wil en dat het skatepark er een jaar later daadwerkelijk ligt, dat is een feest van democratie.”
Burgerparlement
Politicoloog en onderzoeker Charlotte Wagenaar heeft een mooie aanvulling. “Buurtbewoners zijn betrokken bij hun buurt, terwijl gemeentebestuurders veel groter kijken, naar de hele stad en zelfs naar de economische positie van de stad in het land. En dat zijn soms botsende belangen. Veel onderwerpen en projecten worden in hokjes geplaatst, bijvoorbeeld in het hokje van een bepaald beleidsterrein, een gebied, of een verkiezingscyclus. Maar dat is niet zoals de burger kijkt. Een burgerberaad is een mooie manier van participatie, maar zo’n beraad gaat vaak maar over één onderwerp en na een paar maanden is het voorbij. Een soort permanent burgerparlement is een betere vorm. En zo’n parlement kan dan zeggen waar je als gemeente echt een burgerberaad voor moet organiseren. In België zijn er goede voorbeelden van zo’n burgerparlement. De gemeente moet wel kaders stellen en moet duidelijk zijn dat burgers niet altijd hun zin kunnen krijgen. Onderbouw dan ook waarom iets niet kan, bijvoorbeeld omdat het de opgave is vanuit de landelijke overheid om een bepaald aantal woningen te bouwen. Het is sowieso funest om een inspraakavond te organiseren of op een andere manier om betrokkenheid te vragen als het alleen voor de bühne is en er niets mee gebeurt. Dan ben je als gemeente het vertrouwen van de burgers kwijt.”

Onevenwichtig
In deze gespreksronde is het laatste woord aan Chris Meys, voorzitter van stichting BuurtBalans en Buurtraad Limmel en beleidsmedewerker bij gemeente Roermond. “Ik zie vaak dat een gemeente een project intern helemaal doorspreekt en dichttimmert. Iedereen binnen de gemeente verdedigt dat project dan al voordat het naar de burgers gaat. Terwijl het beter is om nog voordat je een positie hebt ingenomen een project met bewoners en belangenorganisaties te bespreken.”
Specifiek vanuit zijn werk in Limmel zegt Chris: “Als buurtnetwerk krijgen we 1000 euro subsidie per jaar. Daar moeten we alles mee doen en dat voelt onevenwichtig. Een gemeente heeft budget om communicatieadviseurs en externe experts in te huren. Ook komen er steeds meer ambtenaren bij waardoor de macht van het gemeentebestuur groter wordt. Zelfs de gemeenteraad heeft om extra ondersteuning gevraagd. Zij zijn het hoogste bestuursorgaan maar beschikken niet over ambtenaren.”
Vertrouwen en transparantie
Na een krachtige samenvatting van beide rondes “we zijn bang geworden voor ongemak, maar dat moeten we wel opzoeken, zonder te knokken” geeft Lennart het allerlaatste woord aan de burgemeester. “Ik ben ontzettend blij met burgers die hun nek uitsteken en initiatief nemen.” Hij benadrukt dat vooral de woorden vertrouwen en transparantie blijven hangen. “In vertrouwen zit echt iets wederkerigs. En vertrouwen is vandaag moeilijker dan gisteren. Het is een spannende tijd. Burgerparticipatie betekent ook dat we als overheid nee mogen zeggen. We worden wel eens gestraft voor te lang meedenken en meewerken. Ik ga hier vandaag weg in de wetenschap dat we veel betrokken burgers en mooie initiatieven hebben. En dat we als gemeente veel mogelijk kunnen maken zonder anderen tekort te doen. Ook voor de burgers die hier niet in de zaal zitten, want dit is natuurlijk een selecte groep. Iedereen die iets bijdraagt, doet het met hart en ziel voor deze stad.”
Foto’s: Paul van der Veer





